Korte geschiedenis Emaus

                                                  

Begraafplaats Emaus heeft een historische grafelijke waarde en ligt in het gebied dat van oudsher deel uit maakte van het grafelijk domein. In de dertiende eeuw vond een splitsing van het domein plaats, waarbij een deel stadsrechten verkreeg en een deel onder het gezag van de Graaf van Holland kwam. Hij bezat in zijn landen verschillende hofsteden die hij verpachtte, o.a. ook in Vlaardingen. In het rekeningenboek van 1316 zien we een aantal van die hofsteden in Vlaardingen. Deze hofsteden lagen door de tijd heen hoofdzakelijk aan de westzijde van de dijk, Kortedijk en Emaus. Een hofstede is van oorsprong een boerenbedrijf, maar in de loop van de 17e en 18e eeuw werden de woningen van de hofsteden steeds meer ingericht als woonhuis, winkeltjes e.d. De ligging van de verschillende hofsteden in Vlaardingen zijn niet exact te achterhalen. Echter, uit het rekeningenboek gedateerd 1401 van de Grafelijkheid Holland, zien we in de loop der eeuwen via transporten en verkoop acten een directe lijn naar de locatie Emaus. Deze locatie ligt tussen de Vlaardingerweg-Kethelweg en het huidige Emaus, en de Vlaardingse Vaart.

Op 6 mei 1820 bood Jan Koopman ter veiling aan een huis, erf, tuin boomgaard en plantage, groot 85 roeden 15 ellen en 1 morgen aan het Emaus, waarna op 11 juni het gehele complex werd afgemijnd. Koper was J.A. Boeglos, secretaris van Vlaardingen. Boeglos verklaarde echter dat hij de koop in opdracht had gedaan voor Hendrik Ludwijn van Linden van den Heuvell, als president van het bestuur van de stad Vlaardingen, voor en ten behoeve van deze stad. Met het aangekochte stuk land en bebouwing had de stad Vlaardingen bedoelingen. Door de steeds sneller groeiende bevolking was de begraafplaats om de Grote Kerk aan de Markt te klein geworden en was het aangekochte perceel een prima alternatief voor een begraafplaats. Twee jaar later werd bij Koninklijk Besluit verboden om in kerken en, bij plaatsen van meer dan 1000 inwoners, ook rond de kerk te begraven. Na aankoop en later het gereed maken van de grond werd in 1829 de begraafplaats in gebruik genomen.

De indeling van de begraafplaats was dat op het voorste gedeelte eigen graven werden uitgegeven en daarachter de huurgraven. Hendrik Ludwijn van Linden van den Heuvell tekende de begraafplaats minutieus na en hield de begravingen bij tot aan zijn aftreden als burgemeester van Vlaardingen in 1853. Daarna schonk hij de tekekning aan de gemeente Vlaardingen.

Bij het uitgeven van de graven in 1829 reserveerde Van Linden van den Heuvell voor hem zelf en voor familieleden een aantal graven, die op de eerste rij bij binnenkomst links liggen.

Al ras werd de begraafplaats te klein en werd het noodzakelijk om ruimingen uit te voeren.

De begraafplaats liep aanvankelijk tot aan de Zijlsloot, die lag waar nu het centrum/kruispunt van de begraafplaats is. Rond 1900 werd het terrein achter de sloot bij de begraafplaats getrokken. Via een brug kon men daar komen. Hier kwam de uitbreiding voor 1e en 2e klas eigen graven. In de loop der tijd hebben verschillende uitbreidingen plaatsgevonden, totdat in 1974 er niet meer op Emaus begraven kon worden, behalve in bestaande eigen graven. In 2008 is besloten Emaus weer open te stellen voor begravingen, waarna ook de oude gebouwen werden gerestaureerd. Begin 2010 werden die weer in gebruik genomen.

Vervolgens is in 2011 een begin gemaakt met het opknappen van het groen en paden. Het opknappen van oude graven en zerken die onder gemeentelijk eigendom vallen zal echter nog op zich laten wachten. De Historische Vereniging Vlaardingen heeft dit zich aan getrokken en is een grootscheepse inventarisatie gestart van alle graven op de begraafplaats. Ook zal getracht worden om fondsen te werven voor het opknappen van monumentale graven.

De entree van de begraafplaats ca. 1900

 

Terug